HomeNieuwsArtikelenDe expertWeblogReizenForumChat
GezinssituatiesBoekenLinksAdressenPollsKalenderOver onsRegistreren

   Home / Artikelen
inloggen
wachtwoord vergeten Lees verder
 
Loginnaam
Wachtwoord
Altijd ingelogd blijven
 

zoeken
 
 

 
 

nu online
 
Leden0
Gasten2
Anoniem0
Laatst ingelogd:

forum
 
08-09-2021:
Birdnesting tijdens de scheiding, een vraag
Was ik weer even

01-06-2017:
Voorstellen

28-05-2017:
Koop kwaliteit paspoort, bestuurder licentie, ID-kaarten, diploma, visa, master kaarten bankbiljette
Koop kwaliteit paspoort, bestuurder licentie, ID-kaarten, diploma, visa, master kaarten bankbiljette

10-05-2017:
Vakantie berichten plaatsen

25-01-2017:
Ik zoek leuk contact om af en toe leuke dingen doen samen met mijn dochter. Omgeving Groningen.

02-01-2017:
Gezocht happy single moeders voor dagje weg, uitgaan etc.

28-12-2016:
Problemen met Exen

28-10-2016:
Inzichten scheiding

15-09-2016:
Ik sta nog steeds na bijna 4 jaar uit elkaar op de hypotheek

27-06-2016:
Hier ben ik dan..

03-06-2016:
Wie woont er in....

11-04-2016:
Ik ben er eindelijk uit, ik wil scheiden. Maar durf niet, vanwege de kinderen

06-04-2016:
Wat nu..

30-03-2016:
Hulp studiekeuze kind

26-03-2016:
Hoi allemaal

24-03-2016:
Tranenkraantje

17-02-2016:
Alleen staande ouder

09-02-2016:
Even voorstellen

01-02-2016:
Problemen met Forum, OPGELOST??!

26-12-2015:
Eindwerk: op zoek naar BAM`s

23-12-2015:
Whatsapp gesprek stiefmoeder stiefzoon. Is dit normaal?sapp gesprek stiefmoeder stiefzoon. Is dit normaal?

24-11-2015:
Hulp nodig, toestemming andere ouder

23-11-2015:
Hoi hoi vanuit Amsterdam

 

artikelen
 
 

Hechtingsrelatie en ervaren welzijn

21 mei 2003 door Petri Slaghekke

Onderzoek naar steun van de ouder-kind relatie voor de ouder

Petri Slaghekke & Jan Pieter Verweij,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Universiteit Utrecht

Hoofdstuk 1: Inleiding

Ieder kind profiteert van de relatie die het met de ouders of met een ouder iemand heeft. Voor het kind zijn de ouders een bron van voedsel en warmte en als goed is ook een veilige basis, waarvandaan het de wereld kan ontdekken. Één van de eerste dingen die een kind in zijn of haar wereld ontdekt is dan ook dat het ouders heeft. Misschien leert men in het leven nog wel het meeste van de ouders. Bovenstaande is volkskennis, bovendien is de band tussen ouder en kind een veel onderzocht gegeven in de literatuur. Wat minder bekend is, is wat deze band voor de ouder betekend. Wat leert de ouder van het kind en van het hebben van een kind? Kan een kind een veilige basis bieden voor een ouder? De relatie tussen een ouder en kind is een gecompliceerde; er is een bepaalde mate van afhankelijkheid, maar ook een bepaalde mate van wederzijdse liefde en hechting. Wat deze liefdesrelatie en hechting de ouder oplevert aan steun is nooit goed onderzocht. Er valt aan te nemen dat een betere relatie of een veiligere hechting tussen ouder en kind zorgt voor een bepaalde mate van steun, maar is dat ook echt zo? Dit onderzoek beoogt die relatie onder de loep te nemen.
Daarbij werd verwacht: dat ouders minder depressieve gevoelens zullen rapporteren als de relatie met hun kinderen beter is.(1) Als deze verwachting uitkomt kan op grond van vakliteratuur worden aangenomen dat de hechting van een kind aan de ouder vergelijkbaar is met de hechting van de ouder aan het kind. Het is echter mogelijk dat er alleen minder depressieve gevoelens zullen worden gerapporteerd als de kinderen ook daadwerkelijke steun kunnen bieden. Daarom zou het zo kunnen zijn dat de samenhang tussen hechting en welzijn alleen opgaat voor de groep ouders die thuiswonende kinderen heeft. Er wordt dus verwacht: dat, omdat alleen aanwezige kinderen steun kunnen bieden, de samenhang tussen welzijn en hechting juist voor deze groep aanwezig is.(2) Er kan natuurlijk alleen gesproken worden van steun door de relatie als het niet zo is dat er minder depressieve gevoelens worden gerapporteerd door de aanwezige kinderen, ongeacht de hechting. Er wordt dus verwacht: dat er geen verschil is in gerapporteerde depressie tussen de groep ouders met thuiswonende en de groep ouders zonder thuiswonende kinderen.

Hoofdstuk 2: Methode

Opzet

Aangezien onderzocht wordt of een ouder-kind relatie steun oplevert in moeilijke tijden is er voor de volgende onderzoeksopzet gekozen. In dit onderzoek werd aan de respondenten een vragenlijst voorgelegd waarin onder andere gevraagd werd naar de hechtingsrelatie met de kinderen en naar het welzijn in de vorm van dysfore en eufore items.

Respondenten

De respondenten die in het onderzoek participeerden (N = 229) zijn bezoekers van internetsites die op alleenstaande ouders in het algemeen zijn gericht, websites die specifiek op verweduwden gericht zijn en een mail die verspreid is via sociale netwerken om zo te komen tot getrouwde respondenten en alleenstaanden zonder kinderen. De genoemde sites (www.ouderalleen.nl, www.1ouder.nl, www.zonderjou.nl en www.friendshipfactory.nl) geven informatie en organiseren uitstapjes gericht op alleenstaanden. Daarnaast zijn er allerlei forums waarop ervaringen uitgewisseld kunnen worden. Via de webmasters van deze sites is afgesproken om een link te plaatsen waarachter de vragenlijst te vinden was. Er is voor deze manier van dataverzameling gekozen aangezien de lijst op deze manier volledig anoniem en vrijwillig ingevuld kan worden, door een groot aantal mensen van heel specifieke moeilijk te benaderen groepen.
Vrouwen (N = 182) zijn behoorlijk oververtegenwoordigd over mannen (N = 46). Wat leeftijd betreft zijn de respondenten redelijk gelijkmatig verdeeld tussen de 17 jaar en de 64 jaar. De gemiddelde leeftijd is 36,9 jaar (S.D. = 8,99). Wat opleiding betreft is de groep respondenten redelijk gelijk verdeeld al is er een piek voor MBO (N = 57) en één voor HBO (N = 50), maar het is niet zo vreemd dat er meer mensen zijn die een beroepsopleiding hebben afgemaakt dan slechts een middelbare opleiding. Het is wel zo dat vergeleken met de bevolking er bij de respondenten een oververtegenwoordiging is van hoger opgeleiden. Wat beroep betreft is er een redelijke verdeling tussen hogere beroepen (zoals docenten, managers enz.) (N = 65), middenberoepen (N = 87) en lagere beroepen (zoals tuinman of schoonmaakster) (N = 65). Wat woonplaats van de respondenten betreft is er een redelijke gelijkmatige verdeling over Nederland. Al is er een overpresentatie van stedelingen (N = 175) over landelijk wonende mensen (N = 43). Ook zijn de respondenten uit West Nederland (N = 133) oververtegenwoordigd, maar hier gaat het hoofdzakelijk om dezelfde groep.

Procedure

Op de betreffende internetsites werden de respondenten uitgenodigd om deel te nemen aan een onderzoek naar het verband tussen welzijn en de relatie met de kinderen. Als de link werd aangeklikt die bij deze uitnodiging stond, kwam men op de eerste pagina van de vragenlijst. Daar was een korte inleiding te lezen over wat er van hen verwacht werd. Daarin stond onder andere dat het ging om een onderzoek naar het hebben van kinderen als alleenstaande en de steun die dit wel of niet oplevert in moeilijke tijden. Daarna volgden de andere pagina’s waarop de respondenten het algemene, het hechtings - en het depressiegedeelte in konden vullen. Op de laatste pagina werden de respondenten bedankt voor hun medewerking, waarna de vragenlijst verzonden kon worden.
Voor diegenen die niet via een website reageerden, maar een mailtje ontvingen (met name de getrouwden en de alleenstaanden zonder kinderen) ging de procedure vergelijkbaar: in het mailtje stond dezelfde uitnodiging en dezelfde link.

Meetinstrumenten

Hechting

De onafhankelijke variabele is de hechting tussen ouder en kinderen. Deze is geoperationaliseerd door een vragenlijst die is samengesteld naar aanleiding van enkele andere vragenlijsten, die de hechting beogen te meten (de AAS, Collins and Read (1990); de ASM, Simpson (1990) en de ASS, Becker and Billings (1997). Omdat er geen enkele vragenlijst werd gevonden die de hechting van een ouder aan zijn of haar kinderen beoogt te meten, was de enige oplossing het zelf samenstellen van een vragenlijst. Daarbij zijn de items van bovenstaande vragenlijsten gebruikt als inspiratiebron, om geen van de gevoelsgebieden waarnaar gevraagd kan worden over het hoofd te zien inzake hechting. Vragen die te lang werden zijn geschrapt, evenals ingewikkeld geformuleerde vragen, als vragen die moeilijk gesteld konden worden in het geval van een relatie met kinderen, zoals seksueel getinte vragen. Na de samenstelling van de vragenlijst is deze voorgelegd aan een kleine pilot groep die gevraagd werd commentaar te leveren op dubbelzinnigheden of andere fouten in de vragenlijsten.
Voorbeelden van vragen die gesteld werden zijn:

18) Mijn kind(eren) zijn er als ik ze nodig heb.
helemaal niet O O O O O helemaal

19) Mijn kind(eren) willen dat ik persoonlijker ben dan waar ik me prettig bij voel.
helemaal niet O O O O O helemaal

Er is gecontroleerd of de items die hechting van ouders aan kinderen beoogde te meten wel genoeg samenhang vertonen om één construct te mogen zijn. Daarvoor is een componentenanalyse uitgevoerd met deze items. Daarbij bleek dat 66% van de totale variantie wordt verklaard door 1 component. De correlaties van de items met deze component zijn allemaal hoog. De laagste correlatie is die van item 11 en die heeft nog een hoogte van .65. Verder is er een betrouwbaarheidsanalyse uitgevoerd waaruit een hoge cronbach’s alpha kwam: .9691 (M = 67,12; S.D. = 9,91). De variabele hechting is samengesteld door alle hechtingsvragen bij elkaar op te tellen. Hierdoor kunnen mensen een score behalen tussen de 0 en de 90. Uiteraard is er geen hechtingsscore berekend voor mensen zonder kinderen.

Welzijn

De afhankelijke variabele bestaat uit de depressieve klachten. Naar aanleiding van een betere kwaliteit van de hechting werd verwacht dat deze klachten minder zouden zijn. Deze variabele werd geoperationaliseerd door een vragenlijst die verschillende soorten stemmingen en gevoelens beschreef. Aan de respondenten werd gevraagd de woorden te omcirkelen die het beste weergaven hoe de persoon zich in de afgelopen week heeft gevoeld. Naar aanleiding van dit gedeelte van de vragenlijst kon de vraag beantwoord worden of een veiligere hechting zorgde voor minder depressieve klachten. Voor dit gedeelte van de vragenlijst werd de VROPSOM (Van Rooijen, 1977) gebruikt. Dit is de Nederlandse bewerking van de Depression Adjective Checklist van Lubin (Evers, 2000, p. 580). De COTAN heeft deze depressievragenlijst goed beoordeeld: uitgangspunten, kwaliteit materiaal en betrouwbaarheid zijn goed; begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit zijn voldoende en de handleiding en de normen zijn onvoldoende (Evers, 2000, p. 580). Deze laatsten zijn in dit geval niet zo belangrijk, omdat de test vrij makkelijk toepasbaar is, er niet tot individuele diagnostiek wordt overgegaan en er alleen tussen mensen binnen de onderzoeksgroep vergeleken wordt en niet met de populatie van de Nederlandse bevolking.
Er is verder voor deze vragenlijst gekozen omdat deze zich snel en gemakkelijk laat invullen door de respondent. Daarnaast is de lijst toe te passen op zowel gescheidenen als verweduwden. Vanwege het laatste argument is bijvoorbeeld niet gekozen voor de Beck Depression Inventory. Deze vragenlijst bevat items die vragen naar schuldgevoel, mislukking, straf en seksuele belangstelling. Deze items kunnen verschillende ladingen hebben voor de gescheidenen en de verweduwden, welke ongunstige consequenties kunnen hebben zoals weerstand van de respondent en een lagere validiteit. Verder heeft de VROPSOM het voordeel boven lijsten als bijvoorbeeld de BDI, de Zung en de CES-D, dat de respondenten bij de vragen geen categorieën hoeven aan te geven.
De VROPSOM is zo om gescoord dat er een score is ontstaan die hoger is naarmate de respondent meer eufore en minder dysfore items heeft aangekruist. Daartoe is het aantal dysfore items van het aantal eufore items afgetrokken en is bij het hierdoor verkregen getal 22 opgeteld. Dit laatste opdat de welzijnsscore wordt uitgedrukt door een positief getal tussen de 0 en de 34.

Hoofdstuk 3: Resultaten

Beschrijvende resultaten

Zoals in Hoofdstuk 2 is besproken zijn er resultaten van 229 respondenten. Daar is besproken welke kenmerken deze onderzoekspopulatie heeft. Alle respondenten hebben de VROPSOM, het gedeelte van de vragenlijst waarmee welzijn geoperationaliseerd wordt, ingevuld (M = 23,6; S.D. = 5,86) met een laagste score van 2 en een hoogste score van 34. Een hogere score kon ook niet gehaald worden. Mannen (M = 23,02; S.D. = 6,26) en vrouwen (M = 23,76; S.D. = 5,78) verschilden niet veel in welzijnsscore. Respondenten met een verschillend opleidingsniveau verschilden ook niet veel op welzijnsscore; met een laagste gemiddelde score van 21,43 (S.D. = 6,67) voor MAVO en een hoogste gemiddelde score van 24,74 (S.D. = 5,62) voor HBO. Met een laagste gemiddelde score van 15 (S.D. = 7,94) voor Noord landelijk en een hoogste score van 24,55 (S.D. = 5,09) voor West stedelijk, verschillen de gemiddelde welzijnsscores per woongebied meer van elkaar, maar hierbij moet opgemerkt worden dat de groepen ook erg ongelijk zijn wat grootte betreft (Noord landelijk heeft N = 3) door het grote aantal groepen.
Alleen de mensen met kinderen hebben het gedeelte over hechting ingevuld. Er zijn dus maar 200 hechtingsscores bekend (M = 67,12; S.D. = 9,91) met een laagste score van 12 en een hoogste score van 90. Mannen (M = 68,20; S.D. = 8,06) en vrouwen (M = 66,88; S.D. = 10,30) verschilden minder dan een standaardafwijking in hechtingsscore. Respondenten met een verschillend opleidingsniveau verschilden ook minder dan een standaardafwijking op hechtingsscore; met een laagste gemiddelde score van 62,48 (S.D. = 15,34) voor WO en een hoogste gemiddelde score van 71 (S.D. = 19,80) voor lager onderwijs. De laatste groep bestond echter uit slechts 2 respondenten. Wat gemiddelde hechtingsscores betreft verschillen de verschillende woongebieden ook minder dan een standaarddeviatie van elkaar; met een laagste gemiddelde score van 64,28 (S.D. = 15,52) voor Zuid stedelijk en een hoogste gemiddelde score van 74 (S.D. = 11,27) wederom voor Noord landelijk.

Hypothesen

Ten eerste werd de verwachting geuit dat in dit onderzoek gevonden zal worden dat ouders minder depressieve gevoelens zullen rapporteren als de relatie met hun kinderen beter is. Dit is de hoofdhypothese. Hierbij is het mogelijk dat welzijn voortkomt uit een betere hechting, of dat beide constructen met elkaar correleren. Omdat op grond van de literatuur wordt aangenomen dat er sprake is van een lineair verband tussen de ratiovariabelen hechting en welzijn is de controle op deze hypothese het berekenen van een Pearson correlatie. Deze correlatie bedroeg (Pearsons r = ) .06. Dit is te klein om significant te zijn. Uit deze resultaten blijkt geen samenhang tussen de constructen hechting en welzijn.
Ten tweede werd er verwacht dat de samenhang tussen hechting en welzijn wel gevonden zou worden voor de groep ouders met thuiswonende kinderen (N = 118). Daarom is er gekeken naar de correlatie tussen hechting (Mthuis = 67,13; S.D.thuis = 10,52) en welzijn (Mthuis = 23,71; S.D.thuis = 5,68) voor alleen deze groep. Dit leverde een Pearsons r op van .20, die significant is met p < .05. Dit betekent dat voor de groep met thuiswonende kinderen er sprake van is dat een betere hechting zorgt voor een hogere score op welzijn. Omdat deze correlatie significant bleek is ook de correlatie berekend tussen hechting en welzijn voor de groep ouders met voornamelijk niet-thuiswonende kinderen, om deze correlaties te kunnen vergelijken. De correlatie tussen hechting en welzijn voor de groep ouders met voornamelijk niet-thuiswonende kinderen (n = 146) is (Pearsons r =) -.10 en dat is niet significant met p = .n.s.. Doormiddel van een z-toets zijn deze correlaties met elkaar vergeleken, waaruit bleek dat ze niet significant van elkaar verschillen met z = .00, p = n.s.. Deze resultaten wijzen erop dat een betere relatie wel voor steun zorgt als de kinderen ook thuis wonen.
Ten derde werd verwacht dat de net gevonden samenhang niet komt door het hebben van kinderen an sich, maar afhangt van de hechting. Daarom werd verwacht dat er geen verschillen gevonden zouden worden in gerapporteerde depressieve gevoelens tussen beide groepen. Om deze hypothese te testen is een onafhankelijke éénzijdige t-toets uitgevoerd waarin de groep ouders met hoofdzakelijk thuiswonende kinderen werd vergeleken met de groep ouders hoofdzakelijk zonder thuiswonende kinderen op gemiddelde welzijnsscore. Er bleken geen significante verschillen met t = .17; p = n.s.. Er wordt dus bevestigd dat het hebben van thuiswonende kinderen niet genoeg is voor steun; er moet ook sprake zijn van hechting.

Hoofdstuk 4: Discussie

Er zijn in het vorige hoofdstuk resultaten besproken van analyses die zijn uitgevoerd naar aanleiding van hypothesen. In dit hoofdstuk zullen deze bevindingen besproken worden en geëvalueerd.

Bespreking van de bevindingen

De eerste verwachting die aan het einde van hoofdstuk 1 werd geuit was dat ouders minder depressieve gevoelens zullen rapporteren als de relatie met hun kinderen beter is. Dit was de hoofdhypothese. Er werd echter geen samenhang gevonden tussen hechting en welzijn. Dit betekent dat de eerste hypothese niet is aangenomen en dat er niet gezegd kan worden dat het welzijn van ouders toeneemt als zij beter met hun kinderen gehecht zijn. Omdat een voorwaarde zou kunnen zijn dat kinderen aanwezig zijn om steun van ze te ondervinden is de samenhang bekeken voor ouders met thuiswonende en niet-thuiswonende kinderen apart. Voor ouders met thuiswonende kinderen bleek er samenhang te zijn tussen hechting en welzijn. Dit kan niet verklaard worden door meer welzijn voor ouders met thuiswonende kinderen, want dit werd niet gevonden. Dit betekent dat, hoewel voor ouders niet geldt dat een betere relatie voor meer welzijn zorgt, dit voor ouders met thuiswonende kinderen wel geldt. Hieruit blijkt dat een goede relatie of hechting alleen niet voldoende is. Ook het aanwezig zijn van de kinderen is van belang.

Theoretische betekenis en vervolg onderzoek

De bevinding dat de samenhang bestaat tussen hechting en welzijn voor ouders met thuiswonende kinderen, is een belangrijke stap voor de familie van de hechtingtheorieën in de richting van een theorie over de hechting van ouders aan hun kinderen. Een betere hechting van het kind aan de ouder kan zorgen voor meer steun en daardoor zorgen voor minder gerapporteerde dysforie. Tegelijkertijd is het een nuancering, want het is niet zo dat een betere hechting altijd voor meer steun zorgt, daarvoor moeten de kinderen wel aanwezig zijn. Dit betekent een kanttekening bij Bowlby, de grondlegger van de hechtingstheorie, volgens wie de gedragingen en de banden waartoe deze leiden aanwezig en actief blijven gedurende het hele leven. Dat dit effect bij dit onderzoek in verband staat met de hechting en niet met een verhoging in welzijn door alleen de aanwezigheid, wordt aangetoond door het ontbreken van een verschil in welzijn tussen de groep ouders met en de groep zonder kinderen die thuis wonen. De band tussen ouder en kind kan dan wel aanwezig blijven, de effecten daarvan zijn misschien alleen merkbaar wanneer ze in elkaars aanwezigheid zijn. Dit onderzoek kan gezien worden als een eerste stap in de richting van meer onderzoek naar de hechting van ouders aan hun kinderen.

Slotconclusie

Het kan niet ontkend worden dat er een grote lacune bestaat in de wetenschappelijke kennis ten aanzien van hechting van ouders aan hun kinderen. Ook dit onderzoek kan niet die hele lacune invullen. Wel laten de resultaten duidelijk zien dat er samenhang is tussen hechting en welzijn in de zin dat meer hechting samengaat met meer welzijn, dus minder gerapporteerde depressieve gevoelens. Ook is duidelijk dat deze samenhang alleen opgaat voor de groep ouders die voornamelijk thuiswonende kinderen hebben. Wat wijst op twee voorwaarden die moeten zijn voldaan om tot een steunende relatie te komen, namelijk aanwezigheid en hechting of relatiekwaliteit.
Behalve een aanzet tot het invullen van een lacune op wetenschappelijk gebied kunnen deze resultaten worden aangewend in het gebied van de hulpverlening. Het versterken van de relatie tussen een ouder en de kinderen heeft niet alleen een positief effect op de kinderen, maar ook op de ouder. Dit legt een wetenschappelijke basis onder een mogelijke therapeutische tactiek.
Een derde gebied waar de resultaten van dit onderzoek invloed op zouden kunnen hebben is op de Nederlandse taal. Misschien zal over een enige tijd een nieuw spreekwoord geïntroduceerd zijn:

Het geluk van een mens lees je af van de relatie met zijn of haar kinderen.


(geen reactie mogelijk)


overige artikelen
13 november 2013Vakantietips en bestemmingen voor 1oudergezinnen
12 maart 2013Dagjes uit voor alleenstaande ouders
8 mei 2012Week van de Opvoeding 2012: ‘Luister ’s naar me’
1 april 2012Ouder en Kind-dag - Weerbaarheid&Zelfverdediging
1 april 2012Training voor Samengestelde gezinnen
7 september 2011De Dag van de Scheiding
22 maart 2011Uitgaan als alleenstaande ouder
30 november 2010Na de scheiding: Babyspullen die je snel wilt hebben
10 september 2010Gaat u scheiden of uit elkaar?
7 juni 2010Tijdschrift Ex
14 maart 2010VISE Oudercontrole software voor de tweede keer zeer goed getest
20 november 2009Oproep tot deelname aan onderzoek naar het functioneren van ouders en jongeren (12-18 jaar)
14 maart 2009Kindertoeslag 2008 nog aanvragen tot 1 april 2009
25 september 2008VPRO thema: Het Nahuwelijk
30 augustus 2008Fuserende gezinnen leren communiceren
9 februari 2008Nieuwsbrief ‘Geregeld!’ van Postbus 51 voor ouders
29 november 2007Scheiding funest voor inkomen van vrouwen
14 november 2007Neem een rouwend kind serieus
8 oktober 2007Mannen leunen veel op ex
11 december 2006Echtscheidingskaart
29 november 2006Baby TV - Verantwoorde televisie voor de allerkleinsten
6 november 2006Jaloers op halfbroertje
24 september 2006We blijven vrienden
6 september 2006Boer zoekt vrouw feest - 2 december
28 juli 2006Weer gelukkig na een scheiding
2 mei 2006Gezocht: Grote Liefde
26 april 2006brochure Ouders en Scheiding
28 maart 2006Scheiden voor vaders
20 maart 2006Gefrustreerd?
8 maart 2006Een familie van vaders - NCRV Dokument
1 maart 2006Vanaf 1 maart 2006 kinderzitje verplicht!
1 december 2005De nieuwe zorgverzekeringswet in 2006
16 november 2005Van Alleen naar Twee
15 november 2005BAM, BOM of alleenstaand
1 oktober 2005Gescheiden vrouw is niet zielig meer
24 augustus 2005Is Buzzen iets voor jou?
17 mei 2005Alleenstaande ouder actiever op arbeidsmarkt
8 november 2004Subsidies voor kinderoppas?
17 maart 2004Single Break
5 maart 200421 maart: 1Ouderdag
30 november 2003Het verhaal van Ria
8 oktober 2003Je houdt van iemand met kinderen
4 oktober 20031Ouder lied
21 mei 2003Hechtingsrelatie en ervaren welzijn
19 mei 2003Eenouder en een kind met een ontwikkelingsstoornis
19 mei 2003Internet (ver)bindt alleenstaande ouders
Overzicht Artikel schrijven

 

   
   

Steun Stichting 1Ouder: bankrekeningnummer 341631892 o.v.v. donatie